|
|
||||||
|
Werking van het graan malen De “Napoleonsmolen” is een “stenen bovenkruier” van het type “stellingmolen”. Zijn functie is “koren- en oliemolen. Het doel van een korenmolen is het malen van granen. Zowel voor menselijke als voor dierlijke consumptie. De kern van graan bevat bestanddelen die voor mens en dier zeer voedzaam zijn maar als korrel niet verteerd kunnen worden. De korrel moet minimaal gebroken worden opdat de maagsappen deze stoffen kunnen omzetten in energie. Het malen van graan gebeurt door ronddraaiende stenen. We gebruiken hiervoor twee stenen, namelijk de onderste steen, de ligger en de bovenste steen, de loper. Zoals de naam het al aangeeft ligt de onderste steen stil en wordt de bovenste steen door een overbrenging in beweging gebracht. Deze stenen kunnen natuurstenen zijn of kunststenen. De natuurstenen zijn meestal afkomstig uit Duitse of Franse steengroeven waar ze in hun geheel worden uitgehakt. Bij verdere uitputting konden de Franse stenen ook wel worden samengesteld uit grote stukken. Daar deze bronnen steeds verder uitgeput geraakten is men ook overgegaan tot het vervaardigen van kunststenen. Kunststenen bestaan uit twee lagen. De maallaag ongeveer 15 cm dik en de ballastlaag 25 tot 30 cm dik. De maallaag is voorzien van groeven die de graankorrel transporteren van uit het centrum naar de buitenomtrek van de steen. De stenen liggen in een maalstoel. Dit is een kist die de twee stenen omvat en het meel helpt te transporteren. Het graan wordt met zakken door een luiwerk tot op de steenzolder gehesen en daar schudt de molenaar het graan in de kaar, een grote houten bak boven de maalstoel. De lege zakken gaan naar de meelzolder om er terug gevuld te worden met het gemalen graan. Vanuit de kaar, een grote houten bak, komt het graan met mondjesmaat via een schuddebakje in het centrum, de krop, van de stenen terecht. Door de draaiende beweging van de loper komt het graan tussen de twee stenen en zal daar versneden en uitgemalen worden. Eenmaal aan de buitenomtrek, de meelring, wordt het door een meenemer meegenomen tot de monding van de meelpijp. Onder aan de meelpijp hangt dan de lege zak en dan is ons graan verwerkt tot meel.
Wil men van dit meel bloem bekomen, dan is er nog een behandeling nodig, namelijk het “builen”. Hierbij scheiden we de zemelen van de andere bestanddelen en dan krijgen we bloem. Het grote verschil tussen de molens die met stenen werken en de grote industriële bloemmolens is dat tussen de stenen het volledige product behouden blijft terwijl op industriemolens alle bestanddelen van de korrel gescheiden worden. Werking van het olie slaan Het doel van de oliemolen is olie te bekomen uit olierijke zaden zoals koolzaad, raapzaad en lijnzaad. Deze oliën werden vroeger gebruikt als bakolie, brandstof voor de olielamp, hoofdbestanddeel van verf en conserveer- en smeermiddelen. Ook het restproduct was zeer belangrijk als veevoer.
Het persen van de olie zoals toegepast op de “Napoleonsmolen” is de warme persing. Warme persing bestaat uit drie behandelingen. Eerst dienen de zaden gekneusd te worden en daarna moet het maalgoed opgewarmd worden om vervolgens geperst te worden.
We vangen de olie, via het gat in de fonteinplaat, op in de bekkens die onder de perskamers staan. Door middel van de loswig, deze heeft de omgekeerd vorm van de slagwig, en de loshei maken we alles weer los. Op de koekenbank kunnen we nu de bullen afstropen. We hebben het maalgoed nu tot een vaste koek geslagen. Om het laatste restje olie nog uit het zaad te halen doen we nog een naslag. We gaan de volledige behandeling nog eens herhalen. De koeken klein malen, opwarmen, ditmaal rond de 60° C, en opnieuw persen. Wat nu rest zijn de koeken die als veevoer gebruikt kunnen worden. Om een idee te geven van de hoeveelheid olie die we zo verkrijgen kunnen we stellen dat we uit 100 kg zaad 30 kg olie slaan. 90% hiervan in de voorslag en 10% in de naslag. In de naslag is niet de olie maar de kwaliteit van de koeken belangrijk. |